Werkkleding

Op grond van artikel 3.16 lid 5 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is er sprake van werkkleding als de kleding…”uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens de werkzaamheden te worden gedragen; of zulke uiterlijke kenmerken heeft dat daaruit blijkt dat de kleding uitsluitend tijdens de werkzaamheden gedragen kan worden”.

In gewoon Nederlands betekent dat dus dat werkkleding aan één van de volgende voorwaarden moet voldoen:

  1. De werkkleding is (bijna) alleen maar geschikt om te dragen in het kader van je werk.
  2. De werkkleding is voorzien van een duidelijk zichtbaar bedrijfslogo of ander beeldkenmerk van de werkgever (van minimaal 70 cm²).

Als docerende en uitvoerende musici zullen jullie voornamelijk te maken hebben met de eerste voorwaarde. Alle kosten van kleding, zoals smoking, rok, smoking- en rokhemden, zwart/wit strikje, cumberband en japon, zijn volledig aftrekbaar. Dit geldt ook voor bijkomende kosten zoals reparatie, wassen en stomen.

Kleding die je hebt aangeschaft voor je werk, maar die ook privé te dragen zijn mag je niet opvoeren als kosten.